NL


Hard Edge

Verstild, Tactiel

Goede kunst, het is geweten, is zowel naar de inhoud als naar de vorm bedrieglijk in haar eenvoud, en daardoor tegendraads. Met die vaststelling zitten we in het hart van de kunst van Kristel Van Ballaer (°1972). Ze hanteert een sobere vormentaal, maar die is sterk gelaagd. Niets is wat het lijkt, en de toeschouwer dient een inspanning te leveren om te zien dat de kunstenaar in haar werk een idee consequent en tot het einde doordenkt. Alles wat niet ter zake doet, pelt ze onverbiddelijk af. Het is een moeizaam proces dat in fasen verloopt, fasen van denken en herdenken, van schetsen, schikken en herschikken, van bouwen en verbouwen, tot de vormperfectie zich openbaart. In het eindproduct, verstild en tactiel, is er weinig te merken van de fundamentele twijfels die met de creatie van een sculptuur of schilderij gepaard gaan, maar ze zijn er wel degelijk. Hier is een kunstenaar aan het werk die het kunstwerk toestaat zichzelf te worden.

 

De ‘idee’ uit de vorige alinea verdient wat nadere verklaring. Die idee is bij Van Ballaer namelijk geen loos begrip, maar een essentieel gegeven, de kern van de zaak, en telkens weer het begin van het scheppingsproces. Uitgangspunt is vaak een ervaring die zowel visueel en concreet (kerk, bad,  archief) als abstract kan zijn (begrenzing, beschutting, vlucht). De uitvoering ervan in het kunstwerk is evenwel onveranderlijk abstract. De kunstenaar hanteert graag vormen en patronen uit de architectuur, vormen die leiden tot een rustgevende, haast mathematische balans. De toeschouwer krijgt vanuit die abstractie ruim de gelegenheid in confrontatie te gaan met het werk en er zijn eigen verhaal in te leggen. Van Ballaer is streng in haar vormentaal, maar mild als het gaat om de interpretatie ervan door de kijker.

 

Een te allen tijde weerkerende en boeiende vraag blijft deze: wie zijn voor deze kunstenaar de helden en voorbeelden in de kunst? De verscheidenheid van de namen die Van Ballaer citeert, verrast: zowel de Vlaamse Primitieven als Le Corbusier en Anish Kapoor passeren de revue. Eén naam verdient het om uit de lijst te worden gelicht: Ellsworth Kelly (1923-2015), Amerikaans minimalist, grootmeester in het reduceren van kunst tot zuiver kleur en lijn. Dat wil zeggen, hij kleurde ruime vlakken en lijnde ze keurig af. Hard edge. Die minimale ingreep met maximaal effect van Kelly is exact wat treft in het werk van Van Ballaer: wit en zwart, intens blauw, groen, geel, trefzeker en helder afgelijnd. Bovendien was Kelly niet – correctie: niet uitsluitend – de maker van traditionele canvasschilderijen; de stevigheid van plaatstaal en aluminium was hem zeer dierbaar. Van Ballaer gaat een stap verder. Ze mijdt doek, ze geniet van fysieke arbeid en bouwt haar eigen harde, onbuigzame dragers: houten borden, bakken, sarcofagen, zuilen, cilinders en wat dies meer zij. Haar grootvader was schrijnwerker: een atavistisch trekje?

 

Nog twee bedenkingen tot besluit. Eén: de vormperfectie in het werk van Kristel Van Ballaer is overduidelijk, maar toch subtieler dan ze op het eerste gezicht lijkt. Zo let de kijker best op het contrast in glans van lak tegenover acryl, op de kleine ‘imperfecties’ die bewust in de constructies zijn aangebracht, op de onvoorspelbaarheid van de kleureninteractie in bepaalde werken. Het zijn evenzovele manieren om een zekere spontaneïteit en lichtvoetigheid te introduceren in een overigens streng geometrisch oeuvre. Twee: ‘mathematisch’, ‘geometrisch’, ‘strenge vormentaal’, ‘architecturale balans’, het zijn termen die een gebrek aan emotie zouden kunnen suggereren. Niets is minder waar: in al haar strakheid is de kunst van Van Ballaer mateloos ontroerend. Dat komt vermoedelijk doordat ze zoveel zegt met zo weinig. De ondertussen wat versleten frase less is more werd zelden zo overtuigend geïllustreerd als in dit werk.

 

2019, Ivo Verheyen

EN

 

Hard Edge

Still, Tactile

It is a well known fact: good art is deceptively simple, both in form and content, and therefore somewhat abrasive. This statement takes us straight to the heart of Kristel Van Ballaer’s art. Her style is invariably unadorned, but highly ‘layered’. Nothing is what it seems, and the viewer has to make an effort to see that the artist’s work takes an idea right to the bitter end. Anything that might distract from the essence is mercilessly cut out – a laborious process that proceeds in stages: planning, drawing and redrawing, composing, until the perfect form reveals itself. The final artwork, still and tactile, shows few signs of the fundamental doubts that accompany its creation, but they are there. Van Ballaer is the type of artist that allows the artwork to – at least partly – create itself. 

This previously mentioned ‘idea’ requires some further explanation. It is an essential element of Van Ballaer’s art, the focal point and the first step in her creative process. The starting point is often an experience, which can be visual and concrete (church, bath, archive) or abstract (bounding, protecting, fleeing). The execution of the ideas is always abstract, with forms and patterns borrowed from architecture, leading to a calming, almost mathematical balance. This abstraction offers the viewers ample opportunity to interpret the artwork in their own way. Van Ballaer is strict in her artistic language, but mild in allowing viewers to detect their own story in it.

An ever recurring and intriguing question is this one: who are the artist’s heroes and role models in art? In Van Ballaer’s case, the list is long and diverse: Flemish Primitive painters, Le Corbusier, Anish Kapoor, to mention only a few. One name deserves our full attention: Ellsworth Kelly (1923-2015), American minimalist, master of reducing art to pure colour and line. That is: he painted large areas of colour and neatly marked them off. The history of art uses the term ‘Hard Edge’ for it: a minimalist approach with maximum effect. Van Ballaer uses the same technique: white and black, intense greens, blues and yellows are sharply delineated. And there is more: Kelly was not only a ‘painter on canvas’, he loved the sturdiness of steel plate and aluminium. Van Ballaer takes this one step further: she avoids canvas altogether and builds her own rigid supporting surfaces: wooden boards, bins, sarcophaguses, pillars, cylinders etcetera. Her grandfather was a carpenter: an atavistic feature? 

Two observations in conclusion. One: the perfect form that characterizes Kristel Van Ballaer’s work is crystal-clear, but still more subtle than it looks. The attentive viewer will, for instance, notice the contrast between the gloss of laquer versus that of acrylic paint, the small ‘imperfections’ that have consciously been built into the objects, the surprising interaction of colours in some of them. In this way a degree of spontaneity and lightness is introduced in an oeuvre that is otherwise quite strictly geometric. Two: ‘mathematical’, ‘geometric’, ‘architectural balance’, these terms might suggest a total absence of emotion. Not true: Van Ballaer’s art, in all its austerity, is highly moving, most probably because she says so much with so few means. The - somewhat timeworn - expression ‘less is more’ was seldom illustrated more convincingly than in these works.

2019, Ivo Verheyen

NL

Tussen roepen en fluisteren

Hoe nemen we een kunstwerk waar? Een werk trekt onze aandacht, we kijken ernaar en interpreteren het. Maar al te vaak laat ons oog zich bedriegen en moeten we onze eerste indruk bijstellen, zo ook bij het werk van Kristel Van Ballaer (°1972 Gierle). Ze speelt met illusies. Niets is wat het in het eerste opzicht lijkt. Wat aanvankelijk geschilderde doeken ogen, blijken eens dichterbij beschilderde, houten objecten aan de muur. Haar werk aarzelt tussen schilder- en beeldhouwkunst. Ze toont objecten, maar benadrukt de eigenschappen van een plat vlak. Ze kiest bewust voor afwezigheid van perspectief. De geschilderde vormen flirten met de randen en hoeken van het object. Er ontstaat een spel van aantrekken en afstoten. De drager voelt steeds te klein. Een ellips tast de grenzen van het vierkante object af, elders barsten rechthoeken uit hun drager. Het is een voortdurende zoektocht naar de impact van verschuivingen in de speelruimte van het platte vlak.Van Ballaer schildert vaak een geometrische vorm en een restruimte, waarbij de ene de andere uitdaagt of omsluit. Meestal speelt ze witte en zwarte vlakken tegenover elkaar uit en versterkt zo het contrast. Enerzijds gaat het om een ronde of gebogen vorm anderzijds om hoekige figuren en rechte lijnen. Of ze nu vertrekt van een bad, een toren of het grondplan van een kerk: ze streeft er steeds naar om dingen te herleiden tot hun eenvoudigste vorm. Herhalingen en variaties bieden steeds weer een uitdaging om een nieuw spanningsveld te bekomen.

Naast schilderen, tekent Van Ballaer ook potloodlijnen op de drager en benut ze de voordelen van het werken op hout. Ze bewerkt de drager met gaatjes en inkepingen. Het werk krijgt daarmee ritme, structuur een eigenheid. De drager varieert van een bas-reliëf tot een driedimensionale vorm. Een beschilderde kubus neigt naar een sculpturale vorm en geeft meer tastbaarheid aan het beeld. Soms past ze twee afzonderlijke vormen in elkaar of zaagt ze een inkeping in een houten object om een optisch onderscheid te maken. Een ellips, ontstaan als restvorm met een zwarte bovenzijde en een witte binnenzijde verschuilt zich in de muur, maar is tegelijkertijd een aanwezige vorm aan de muur. De interactie met de omgeving van het getoond werk  speelt voor haar een belangrijke rol, maar ook het proces om een geschikt object te bouwen is bepalend. De zoektocht naar het beste formaat en de juiste vorm is een lang proces, net als de behandeling van het materiaal, zoals zagen, schuren, lijmen en boren, wat handmatig gebeurt. De houten drager en het gebruik van verschillende borstels en soorten verf brengen structuur in de verflaag. De verf is nauwkeurig over en naast elkaar aangebracht. Alles moet juist zijn. Ze laat weinig aan het toeval over.

Haar formele zoektocht is schatplichtig aan de fundamentele schilderkunst, maar herinnert ook aan hard-edge uit de jaren zestig. De nadruk bij hard-edge lag op een wisselwerking van contrasterende kleuren en monochrome kleurvlakken of vormen die door middel van haarscherpe begrenzingen van elkaar gescheiden zijn. Bij Van Ballaer gaat het ook over uitbalanceren van kleur, vorm en structuur, maar er wringt iets. Haar werk is gemakkelijk te overzien door de eenvoudige vormen en contrasterende kleurvlakken. Het zijn keurig afgelijnde, harde, dwingende vormen. Ze roepen om aandacht en lokken de toeschouwer. Maar hoe langer we kijken, hoe meer we trachten om de vormen te vergeten om onze aandacht te richten op de subtiele, fluisterende gebaren die de vorm mee bestaansrecht geven. Dan pas is te zien dat wat in eerste instantie perfect afgewerkt oogde van dichtbij imperfecties in de verflaag zijn. Onregelmatige puntjes blijken plots boorgaatjes in de oppervlakte van het object. In haar beste werken is de strijd om de aandacht tussen roepen en fluisteren onbeslist. Ze houden elkaar in evenwicht. Strakke, uit gepuurde werken, krijgen dan ook iets fragiels en kwetsbaars. Pas bij geduldig kijken, zal de confrontatie ons niet ontgaan.

 

2016, Indra Devriendt